gaming sinds 1997

300: March To Glory

300 was een schoolvoorbeeld van de “meer actie, meer spektakel, minder verhaal”-trend die momenteel heerst in Hollywood. Op een CGI-effectje of litertje bloed meer of minder werd niet gekeken in dit epos over 300 heldhaftige Spartanen die -willen ze de Griekse beschaving redden- stand moeten houden tegen de miljoenen Perzische soldaten onder leiding van Xerxes. In de PSP-exclusieve actietitel 300: March To Glory mag je de epische veldslagen nog eens dunnetjes overdoen.

Jij speelt met Leonidas, koning van Sparta en aanvoerder van de ’300′. De game volgt trouw het verhaal van de film, zij het met minder oog voor de intriges op het thuisfront. Gedurende 10 missies (goed voor zo’n 8 uurtjes speeltijd) moet je de Perzische armada terug naar af sturen.

300: March To Glory is een pure derde-persoonsslasher met maar weinig ruimte voor subtiliteit en tactiek. Je hebt drie types aanvallen (snelle, harde en een klap met je schild), waarmee je combo’s kunt ineenknutselen.

Die zijn echter allesbehalve soepel (wie God of War gespeeld heeft, weet hoe het wél moet), waardoor je al snel terugvalt op hersenloos knopjes rammen.

Aanvallen afweren doe je met de L-knop. In bepaalde levels moet je ook gebruik maken van de ‘tuck tail’-move. Door beide schouderknoppen in te drukken, kruip je onder je schild, zodat je beschermd bent tegen de gevreesde Perzische pijlenregens.

Terwijl je aardige klappen uitdeelt, vult je ‘wrath’-balkje zich. Eens dat gevuld is, kan je één van je vier special moves uit je mouw schudden. ‘Fortitude’ hervult je levensbalk, ‘blood drunk’ geeft je een tijdelijke krachtboost, ‘defense’ maakt je eventjes onkwetsbaar en ‘eye of the warlord’ is een soort bullet-time. Tegen Perzische kapiteins en andere stevige opponenten kan je ook wrath-aanvallen proberen (R + face buttons).

Die gebruiken een deeltje van je wrath-meter, maar doen ook heel wat schade. Tegen sommige Perzen zijn ze zelfs onontbeerlijk, wat echter kan leiden tot vervelende situaties. Wanneer je metertje leeg is, ben je genoodzaakt eerst wat gewone klappen te geven, waarvan je weet dat ze toch niets uithalen, om zo wat wrath te kunnen opsparen. Hetzelfde geldt voor vijanden die je enkel kan verwonden met blood drunk. Dergelijke zaken wekken heel wat irritatie op en het feit dat de Perzen bijna zonder uitzondering hersenloos fileermateriaal zijn, helpt het speelplezier ook al geen meter vooruit.

In 300: March To Glory zit verder nog een upgradesysteem. Perzen afslachten levert je geld (kleos) op, waamee je op elk moment Leonidas kunt verbeteren. Je kan kiezen om zijn uitrusting te verbeteren (schild, speer, zwaard en harnas), zijn special moves nóg krachtiger te maken (ze zijn zo al overpowered) of extra combo’s te kopen. De impact van de upgrades is echter wel voelbaar.

Om de zoveel tijd neem je ook het commando over de gevreesde Griekse falanx. Je beweegt dan niet alleen, maar in groep. De bedoeling is dat je een rechtlijnig pad, bezaaid met vijanden, aflegt alvorens je ‘command bar’ (lees: levensbalk van de falanx) leegloopt. Het hele falanxconcept klinkt leuk, maar is het niet. De falanxformatie beweegt traag en lomp en de mogelijkheden ervan zijn heel beperkt (aanvallen, schilden doorboren of aanvallen pareren). Het is veelzeggend dat het enige originele concept in 300 voor geen meter speelt.

Zo mogelijk nóg vervelender zijn de stealth-elementen in het spel. Wat is het toch met ontwikkelaars en stealth? In sommige levels moet je bewakers besluipen en hen vervolgens de keel oversnijden. Word je opgemerkt, dan krijg je stante pede een half dozijn versterkingen op je nek. Je hebt geen hulpmiddelen, wat de stealth-passages des te meer doet zuigen.

Van de graphics moeten ook al geen wonderen verwacht worden. De modellen lijden aan chronische polygonenarmoede (een enorm verschil met pakweg Daxter) en de textures zijn wazig en niet gedetailleerd. Bloed en ledematen vliegen wél lustig in het rond, zoals het een slasher betaamt . Er zijn echter op elk moment maar maximaal een tiental personen tegelijk on-screen. Wat een verschil met de epische gevechten met duizenden Perzen uit de film!

De camera is ook al geen voorbeeld van hoe het wel moet. Het vaste perspectief probeert een cinematografisch effect op te wekken, maar wekt eigenlijk enkel frustratie op. Zeker in nauwe ruimtes verlies je vaak het overzicht. Heren ontwikkelaars: de volgende keer liever een overzichtelijk dan een “spectaculair” camerastandpunt.

Het geluid doet wel beter. Het zwaardgekletter klinkt goed en de stemacteurs slagen prima in het overbrengen van het macho-aura van de film. Het verhaal wordt overigens gebracht met behulp van getekende cutscènes, die goed de sfeer van de 300-comic in de verf zetten. De muziek klinkt lekker bombastisch, wat prima past bij de epische setting.

Multiplayer is niet voorzien, maar 300: March To Glory bevat wel heel wat leuke extra’s zoals interviews, trailers, storyboards en artwork. Wie het allemaal wil vrijspelen, moet de vier lambda’s zien te vinden die in elk level verstopt liggen (tip: google eens om de locaties te vinden, dan hoef je niet nodeloos levels te herspelen).

300: March To Glory is dus de zoveelste onnodige filmlicentiegame. Echt slecht is het nu ook weer niet, maar waarom geld uitgeven aan een eentonige, onoriginele game als er zoveel betere games op de PSP te vinden zijn?

Onze Score:
6.0
gerelateerd spel: 300: March To Glory
geplaatst in: PSP, Reviews, Warner
tags: ,


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>