gaming sinds 1997

Athens 2004

De Olympische Spelen van 1988 in Seoel zijn de enige die ik me nog echt herinner. Frans Peeters, een alledaagse fabrieksarbeider, sleepte voor België een bronzen medaille in de wacht. Zijn prestatie in de discipline van het kleiduifschieten was dan ook uitmuntend. In die tijd was het “Duck Hunt” op de Nintendo die je toeliet om op elektronische eenden en kleiduiven te schieten. Vandaag kan je, samen met tal van andere sporten, een gemoderniseerd equivalent uit proberen in Athens 2004.

Je speelt deze keer dan wel met een controller maar het spel heeft meer diepgang. Zo kan je bijvoorbeeld vanuit elke mogelijk stand schieten. Bovendien moet je gebruik maken van de geschikte techniek om de duif te raken. Zo niet, dan ben je ongetwijfeld te laat of te vroeg. Boogschieten is minstens even amusant, ook al voegt de gameplay niets toe aan het basisconcept van “Olympic Gold” op de Sega Master System. Een cirkel met een bolletje in het middelpunt stelt het mikpunt van de boog voor. Jouw doel is dat puntje op de roos van het doelwit te houden wanneer je pijl weg zoeft. Uiteraard wordt dit bemoeilijkt door factoren zoals tijd, wind en de vastheid van je hand.

Jumping is ook onderhoudend, maar dan moet je de vreemde gang van het paard er wel bijnemen. Dan is er nog gewichtheffen, zeker één van de spannendste onderdelen uit het spel. Er zijn telkens drie stappen die je moet uitvoeren. Voor elke stap moet kracht opgebouwd worden door afwisselend op de x- en bolletjesknop te duwen. Als je denkt genoeg energie te hebben verzameld, duw je op L1. Dat lijkt verre van interessant maar ik kan je verzekeren dat je het op te heffen gewicht kan voelen en je achteraf letterlijk buiten adem zult zijn.

Dat het spel in wezen een button-basher is zoals je ze tien of vijftien jaar geleden al speelde, zie ik zonder problemen door de vingers. Dat neemt echter niet weg dat sommige spelletjes te weinig of niet van elkaar verschillen. Zwemmen en lopen komt letterlijk op hetzelfde neer. L1 loslaten om te starten en vooruit komen door x en bolletje in te drukken. Natuurlijk zie je de atleet door het water klieven of op baan spurten maar dat biedt weinig soelaas. Andere atletiekkampen zoals discus- en speerwerpen, hoog-, ver- en polsstokspringen of kogelstoten zijn combinaties van aanlopen (met x en bolletje) en op het juiste ogenblik een knop induwen. Voor de gameplay worden weliswaar vrij simpele technieken gebruikt, maar toch is men er dikwijls in geslaagd een indrukwekkend resultaat te bekomen.

Als laatste categorie is er turnen. Ik doe één van de vele onderdelen uit de doeken: de mat bij de vrouwen. In de linkerbovenhoek staan vier pijlen. Vervolgens zullen er pijlen over het scherm naar boven rollen. Als zo’n pijl perfect over een stilstaande pijl komt, moet je op de desbetreffende knop duwen. Net zoals deze discipline, zijn ook de andere enorm spannend. Volgens mij heeft men de juiste keuze gemaakt wat betreft de gameplay. Iedereen kan, na een keertje proberen, onmiddellijk meespelen zonder ooit ervoor een controller te hebben aangeraakt.

De nadruk ligt volgens mij niet zo op geluid of spectaculaire effecten. Toch zijn er momenten waar bijvoorbeeld het applaus van het publiek goed overkomt, maar over het algemeen vind ik het geluid maar zwakjes. Het commentaar is de eerste keer dat je speelt vrij goed, maar de tweede keer is die identiek, iets wat vrij dom overkomt.

Voor de graphics gaat ongeveer dezelfde vlieger op: niets indrukwekkend maar ver genoeg boven het gemiddelde om genietbaar te zijn. De sporters bewegen vrij realistisch maar eens te meer volgens ze hetzelfde pad opnieuw en opnieuw. Dit leidt tot een geheel waarin je niet meer gelooft dat het echt is.

Er is slechts één ding waar ik me mateloos aan erger in dit spel: de game-modes. Als je alleen speelt is er geen vuiltje aan de lucht (kampioenschap, oefenen, één onderdeel, … alles wat je maar wil). Met zijn tweeën een wedstrijdje boogschieten is echter niet mogelijk. Of je zou voor de speciale competitie moeten kiezen waarbij je nog vier andere sporten moet spelen alvorens bij de gewenste terecht te komen. Eén discipline kan je dus niet kiezen in multiplayer en dat is vrij jammer, zeker in een partyspel.

Ik vind dit spel goed, héél goed eigenlijk. Er is gekozen voor een mini-game stijl voor de gameplay en dat past nogal goed bij dergelijke spelletjes. Uiteindelijk zou een simulatie voor polsstokspringen toch op niets uitdraaien. Sommige onderdelen zijn puur buttonbashing of zijn te dom, maar die sla je best gewoon over. Voor wie “Olympic Gold” of soortgelijke games de max vond is er nu dus een modern equivalent. Athens 2004 brengt matig geluid, gemiddelde graphics en de spannende, ouderwetse gameplay naar een hedendaagse console.

Onze Score:
8.0
gerelateerd spel: Athens 2004
geplaatst in: PS2, Reviews, Sony Entertainment
tags: ,


Leave a Reply