gaming sinds 1997

Deus Ex: Human Revolution

Al wat oud is, zal na verloop van tijd wel weer hip worden. Hetzelfde moet Square-Enix gedacht hebben toen ze het IP-portfolio van Eidos bestudeerden. Deus Ex leek na het middelmatige tweede deel, Invisible War, al ten dode opgeschreven. Maar nu, acht jaar later, kunnen we ons toch verblijden met deel 3, Deus Ex: Human Revolution. Of had men toch beter Deus Ex in vrede laten rusten?
In tijden waarin het lijkt alsof zo goed als elke goede singleplayertitel een snel in elkaar geflanste multiplayermodus heeft (hallo Dead Space 2?), is het verfrissend om te zien dat Eidos de ballen heeft gehad om een singleplayer-only game te ontwikkelen en dus al zijn tijd en middelen in de campagne te stoppen.

En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Het stevige verhaal begint in Detroit in 2027. Als veiligheidsadviseur Adam Jensen moet jij in het introlevel je werkgever, Sarif Industries, verdedigen tegen een aanval van zwaarbewapende huurlingen. Het loopt echter verkeerd af wanneer Jensen enkele kogels incasseert en voor dood wordt achtergelaten. Zes maanden later is hij echter weer onder de levenden. Er zit een addertje onder het gras weliswaar: om zijn leven te redden, hebben de dokters van Sarif hem buiten zijn wil om mechanisch moeten verbeteren. Dat deden ze overigens met augments, de voorlopers van de nano-upgrades uit het origineel.

Het is de start van Jensens persoonlijke zoektocht naar de daders. De plot wordt voortgestuwd door sterk stemmenwerk en een goed script vol geslaagde plotwendingen. Hoewel het hier een prequel op Deus Ex betreft, zijn er slechts weinig links met het origineel. De fans van het eerste uur blijven zo misschien op hun honger zitten, maar het voordeel van die aanpak is uiteraard dat je geen voorkennis nodig hebt om van Human Revolution te kunnen genieten.

Deus Ex: Human Revolution heeft vier gameplaypijlers: combat, stealth, hacking en social. Van die vier is social duidelijk het minst goed uitgewerkt. Je kan op bepaalde momenten wel LA Noire-achtige gesprekken houden met belangrijke personages – om hen zo te overtuigen iets voor jou te doen – maar echt wereldschokkend is dat allemaal niet. Soms wordt een opdracht merkelijk makkelijker na een ‘gewonnen’ conversatie, maar de game zit zo goed in elkaar dat je elke missie op meerdere manieren kan volbrengen.

Zo wordt elke speelwijze beloond met ervaringspunten. Vind je een geheime doorgang achter een stapel dozen, dan levert dat XP op. Ga je liever met een assault rifle de Rambo-toer op, dan krijg je evengoed XP. Hoe je ook speelt, het loont echter wel altijd de moeite om de omgevingen helemaal uit te spitten. Je vindt altijd wel een verborgen doorgang die je tijdens je eerste verkenning gemist had.

Tussen de verschillende hoofdmissies door krijg je de tijd om vrijelijk de aan futuristische, en aan Blade Runner schatplichtige, wereld te ontdekken. De game zit immers vol geheime plekken en uitgebreide sidequests die je soms aardig lang kunnen bezighouden. In het begin van het spel zal je door Detroit dwalen; later neem je het vliegtuig naar Shanghai. Beide steden hebben hun unieke feel. In Detroit vind je heel wat sociale appartementsblokken en verpauperde buurten, terwijl Shanghai eigenlijk één grote bazaar is.

Eidos slaagt er bovendien in om op een subtiele manier sociale en ethische vraagstukken in zijn game te bewerken. Naast de kloof tussen arm en rijk is er ook een diepe verdeeldheid onder de bevolking inzake hun standpunt ten opzichte van augments. Sommigen staan positief tegenover de ongeremde mogelijkheden van mechanische upgrades, anderen vinden het een aanfluiting van wat hen menselijk maakt. Maar er zijn ook talloze grijstinten: denk maar aan de individuen die weigerachtig staan tegenover augments maar ze toch laten implanteren omdat ze anders hun job verliezen aan reeds geaugmenteerde en dus productievere arbeiders.

Over die augmentations gesproken, er zijn er meer dan twintig, waarvan sommige bovendien nog meerdere keren geüpgradet worden. Ze variëren van simpele dingen als extra sprongkracht of langer sprinten over zaken als extra batterijen of stealth hacking tot exotisch spul als x-ray vision (waarmee je door muren heen kan kijken) en een lanceersysteem dat miniraketten in een straal van 360° afvuurt.

De ene is al wat nuttiger dan de andere, maar ze kunnen je allemaal wel de nodige diensten bewijzen. Naast de augments heb je ook nog een breed arsenaal aan “conventioneel” wapentuig, zoals pistolen, aanvalsgeweren, scherpschuttersgeweren en raketwerpers. Ook alle wapens zijn verbeterbaar; er zijn onder andere schadeupgrades, grotere magazijnen, geluidsdempers, lasermikkers en elektronische doelzoeksystemen.

De overdaad aan speeltjes brengt wel nadelen met zich mee. Je inventaris is gewoon te klein, zelfs na augmentatie. Er zijn veel te weinig winkels in de steden waar je je overtollige verzamelwaar kan verpatsen en tijdens hoofdmissies sta je vaak voor hartverscheurende keuzes met betrekking tot wat je meeneemt en wat niet. Sleur je die pas gevonden rocket launcher mee, ook al betekent dat dat je je shotgun en machinepistool moet achterlaten? Het feit dat je niet kan terugkeren naar missiegebieden maakt het er alleen maar erger op.

Het leidt zelfs tot de perverse gedachtengang dat je sommige nuttige wapens opzettelijk in je hotelkamer dropt (op de vloer; er is ook geen opslagbox) omdat je anders geen ruimte meer hebt om zaken op te pikken tijdens missies. De beperkte inventaris verkleint dus je keuzemogelijkheden en dat kan in een game als deze toch echt niet de bedoeling zijn. Een opslagsysteem à la Dead Space, waarin je bij elke terminal je wapens kon veranderen had heel wat problemen kunnen oplossen.

En nu we toch bezig zijn met minpuntjes: de AI in Deus Ex 3 is wel zéér basic. Soldaten volgen hun voorgeprogrammeerde routes en komen zonder nadenken op je afgestormd als ze je ontdekken. Dekking zoeken of wachten op versterking staat niet in hun woordenboek. Bovendien hebben ze duidelijk problemen met het openen van deuren, godbetert.

Als je voor een vuurgevecht kiest, speelt de game als gelijk welke andere degelijke covershooter, maar vaak zijn takedowns efficiënter. Door een vijand te besluipen kan je hem met één druk op de B-knop knock-out slaan of bloederig aan je uitschuifbare messen spiezen. De keuze is aan jou. Die opties vervallen echter teleurstellend genoeg bij de bossfights. De bazen kan je enkel met bruut geweld verslaan! Heb je te weinig punten in je combat-augmentations geïnvesteerd, dan heb je pech gehad. Alweer een betwijfelbare designkeuze van Eidos.

Zoals je kan zien in de screenshots heeft Deus Ex: Human Revolution een kenmerkend grafisch design. De speelwereld wordt gedomineerd door goud-, zwart- en wittinten, wat leidt tot een unieke en zeer klassevolle vormgeving. Technisch laat de game wel wat steken vallen. De modellen zijn niet echt bleeding-edge en hun animaties hebben we elders ook al vlotter gezien. De framerate haalt zeker niet altijd de voor soepele gameplay vereiste 30FPS en hier en daar steken storende clippingfoutjes de kop op.

Maar het allerergst zijn de vreselijk lange laadtijden. Een halve minuut en langer wachten bij iedere levelovergang of sterfgeval is echt niet meer van deze tijd. De PS3-port laadt iets sneller, maar ziet er ook iets minder goed uit als deze X360-versie. Wie een stevige pc heeft staan, krijgt zoals wel vaker de vlotste en mooiste versie van de game. Je kan overigens hier een diepgaande vergelijking lezen.

Lang leve dingen anders doen! Eidos en Square leveren met Deus Ex: Human Revolution een FPS/RPG-hybride af waar keuzevrijheid centraal staat en out-of-the-box-denken beloond wordt. De totaal verschillende speelwijzen (combat, stealth, hacking) zijn trouwens een goede reden om de game later eens te herspelen. Dat en het feit dat deze derde Deus Ex gewoon een dijk van een spel is, ondanks zijn technische oneffenheden.

Onze Score:
9.0
gerelateerd spel: Deus Ex: Human Revolution
geplaatst in: Eidos, PS3, Reviews
tags: , , ,


Leave a Reply