gaming sinds 1997

Dood aan de licentietitels!

Iedere serieuze gamer zal zich wel al verbaasd of geërgerd hebben over het enorme aantal licentiegames dat in de afgelopen maanden in de winkelrekken is gedropt. Als gamesreviewer stootte het me ook wat tegen de borst, gezien de meestal erbarmelijke kwaliteit van deze spellen, maar ik heb er nooit veel aanstoot aan genomen en het gewoon laten bezinken. Tot vorige week, want nu is ook mijn engelengeduld ten einde.

Vorige week kreeg ik het eerst zwaar op mijn heupen van het ronduit slechte Fantastic 4 (het spel welteverstaan), dat ik prompt een score van 48.5% gaf. Gebuisd dus, Activision mag zijn geluk beproeven in een tweede zit. Het ergste moest echter nog komen. Zoals de meesten onder jullie wel weten, komt Chart-Track elke week met zijn officiële UK-verkoopslijsten, die redelijk representatief zijn voor de rest van Europa (cricket- en rugbygames eventjes uitgezonderd). Wat ik deze week te zien kreeg, deed echter mijn journalistiek bloed koken. In de algemene Top-4 staan niet minder dan 3 licentiegames van matige tot ronduit erbarmelijke kwaliteit. Boosdoeners van dienst zijn Madagascar (nr.2), Fantastic 4 (nr.3) en Charlie and The Chocolate Factory (nr.4).

Wanneer je zulke dingen ziet, begin je jezelf vragen te stellen. Leest het publiek eigenlijk reviews? Waarvoor is er eigenlijk gespecialiseerde vakpers (zowel gedrukt als online)? Zijn wij simpelweg een zootje “nerds” dat niet weet wat de mensen willen? Hebben wij echt geen gevoel voor kwaliteit?

Of liggen de ware oorzaken toch dieper? Zoals je kon raden is het antwoord op die laatste vraag een eenduidige “ja” (zoniet werd dit een wel heel korte column, maar soit). We moeten nu eenmaal beseffen dat de hardcore gamers niet langer het volledige deel van het gamend publiek uitmaken. Onze favoriete hobby is mainstream geworden, of toch bijna. Dit heeft een groot voordeel; immers meer gamers = meer verkochte games = meer budgetten = meer (goede) games = meer gamers, en ziedaar: een positieve cirkel.
Maar het is niet al goud wat blinkt. Die groep “nieuwe” gamers heeft immers weinig ervaring met videospellen, is minder goed geïnformeerd en kijkt dus sneller naar bekende namen.

Enter de licentietitels. Uitgevers ruiken uiteraard ook geld en ze weten dat die grote groep wel geneigd is om geld te geven aan videospellen met een bekende naam op de cover. Immers een bekende film moet wel een goede game opleveren, niet? Ervaren gamers als wij weten dat dit je reinste onzin is en dat licentiegames over het algemeen een grote hoop rottigheid zijn, uitzonderingen daargelaten.

Licentiegames zijn een gemakkelijk middel om veel geld te verdienen met relatief weinig kosten. Ze vereisen geen dure engine à la Unreal Engine 3.0, hoeven niet erg lang te zijn (7 uurtjes is zowat doorsnee) en hoeven niet erg vernieuwend te zijn. Die titels hebben dus geen overdreven lange ontwikkeltijd, waardoor ze heel kostenefficiënt zijn. Ruw gezegd: enkel de licentie zelf kost geld. Het doelpubliek ziet de tekortkomingen toch niet en koopt de game sowieso, tegen beter weten in.

Gelukkig zijn er lichtpuntjes in deze evolutie. Licentiegames schieten pas naar de hoogste regionen van de verkoopstabellen in twee periodes: de zomermaanden en het eindejaar. Maar hoe komt dit? Simpel. Ten eerste vallen die periodes ook samen met de top-filmreleases, wat vanzelfsprekend lijkt. Maar een even belangrijke reden is echter het samenvallen met de vakantiemaanden van de schoolgaande jeugd. Want maak je geen illusies: dàt is de echte doelgroep van licentiegames, de jongeren tot pakweg 16 jaar. In die periodes hebben ze zeeën van tijd en/of genoeg geld om games te kopen, wat zich dan ook weerspiegelt in de harde cijfers.

Tijdens de rest van het jaar zien we gelukkig de kwaliteitsvolle titels die wij reviewers o zo graag de hemel inprijzen, want bedrijven als Activision, UbiSoft en E.A. (zowat de hofleveranciers van licentiegames) kunnen niet teren op de cash van die kleinere groep gamers. Het overgrote deel van hun inkomsten komt gelukkig uit de titels die wij hardcore gamers spelen. Zoals bekend is die groep ouder (de leeftijd van de gemiddelde gamer draait rond de 28-29 jaar, volgens onderzoeken) en véél kapitaalkrachtiger. Die groep valt niet te paaien met goedkope licentierommel, maar vraagt topgames als Medal of Honor, Quake, Command & Conquer of Prince of Persia. In absolute verkoopcijfers overtreffen die games dan ook veruit hun licentiebroertjes.

Hoewel het stijgend aantal licentiegames dus op het eerste zicht een verontrustende evolutie lijkt, is er tot nu toe geen reden tot paniek. Integendeel, met dergelijke games verdienen publishers een aardig centje bij, wat onrechtstreeks de kwaliteit van andere games de hoogte injaagt. Natuurlijk blijven dergelijke games “off-limits” voor de gameskenner en daarom zullen wij, de pers, dergelijke games blijven afkeuren. Onze doelgroep is immers niet dezelfde als die van de licentiegames.

Column door Zwan


geplaatst in: Specials
tags:


Leave a Reply