gaming sinds 1997

Geen Nintendo voor Mario

Schrik niet, oh liefhebbers van ’s werelds bekendste loodgieter (met uitzondering van die ene acteur die zich vaak voordoet als loodgieter en uiteindelijk de deur uit gaat zonder “zhe sink” te fixen), want dit gaat niet over Mario die de overstap maakt naar Sony of Microsoft. Nee, het is niet wat het lijkt. Niets, mijn dierbare vrienden is wat het lijkt. Dat en meer vaagheid kan je hier lezen.

Ik hou niet van geheimpjes, van aliassen op fora of “aka’s” op sites. Wie denkt dat mijn naam gestolen is van die Italiaanse loodgieter heeft het goed mis. Mijn ouders hadden op 28 juli 1982 nog nooit van een Super Mario gehoord. Je kan het ze niet kwalijk nemen, op die dag was er ook geen sprake van een dergelijk Mario spel. Wat je ze wel kan kwalijk nemen is hun voorkeur voor opera en klassieke muziek. Doet de naam Mario Lanza een belletje rinkelen? Dan heb jij lichtelijk ook van opera en klassieke muziek houdende ouders, of je bent zelf in de ban van sopranen, tenoren en een occasionele castrato. In beide gevallen wens ik je alvast veel sterkte. Het punt is dat ik niks heb met die loodgieter. De enige buizen die ik ken staan jaar na jaar dik gedrukt op een vel papier, het soort waar ouders vaak meer waarde aan hechten dan je gezondheid. Tenminste, mijn ouders, want de “Ma, ik ben wel nog gezond he” werkt al jaren niet meer.

De keuze van mijn ouders op 28 juli 1982 (wee-o-wee wie mijn verjaardag nog durft te vergeten) heeft ondanks alles, verstrekkende gevolgen. Mario zal ooit eens naar school moeten en wat vind je op school? Inderdaad, irritante, bijdehandse kleuters die in hun vrije tijd graag op een Nintendo Entertainment System spelen en vooral met Mario Bros. Want zo noemden die snotneuzen hem altijd. Dat mijn ouders de kapper bevolen om me een broskapsel aan te meten, lijkt te gek voor woorden maar ja: ik liep tot ik modebewust werd rond met een broskapsel waar menig Duitser “geil” van wordt. Elke dag weer moest ik de wijsneusjes aanhoren: “Mario Bros, waar is je prinsesje?”, “Ei Mario, waar is Luigi?” of de meest originele: “Yo, Luigi!”.

Zou die laatste me ook Mario hebben genoemd als ik eigenlijk Luigi heette? Ik ga iemand die Raiden heet toch ook niet Snake noemen? Ok, vreemde vergelijking want wie heet er ten eerste Raiden en hoe gevleid zou hij zijn als je hem Snake noemde? Inderdaad, hij zou je bespringen van blijdschap. Eén ding staat echter vast: die kleuters van weleer hebben ervoor gezorgd dat ik al heel mijn leven lijd aan een Nintendo fobie. Dat en het feit dat mijn ouders, ondanks al de bovengenoemde martelingen, me geen NES wilden aanschaffen natuurlijk. Want die snotneuzen kregen van Sinterklaas wel zo’n spelcomputer, of als ze er al eentje hadden, een heleboel spellen.

Ik heb vroeger geleerd dat je jouw vrienden dicht moet houden, maar je vijanden nog dichter, dus ging ik bij die vervelende pestkoppen vaak genoeg op bezoek om eens te kijken wat Mario Bros en zijn Luigi te bieden hadden. Nou, toegeven deed ik niet, maar ze charmeerden me wel en opeens zag ik de vele scheldtirades als complimenten. Helaas was mijn spaarvarken meer varken dan sparen waardoor ik me nooit een NES of SNES heb kunnen veroorloven. Toen mijn ouders het “onze zoon speelt graag computerspelletjes” licht zagen, besloten ze een CD-I aan te schaffen. We waren voor het eerst in ons leven, zoals ze de marketeers het noemen, “innovators”.

De tewerkstelling van mijn vader bij Philips speelde hier een wel erg grote rol in want op het gebied van andere technologische snufjes bleken wij “laggards” van het zuiverste en traagste soort. Die CD-I heeft me vaak weten te bekoren maar de honger naar een echte console was te groot. Vandaar dat ik mijn zondagscentjes later vaak gebruikte om bij de lokale videotheek een Playstation te huren. In plaats van veilig te spelen op de ervaring van Nintendo ging ik meteen aan de slag met de nieuwkomer op de markt: Sony. Die keuze berouw ik nog steeds niet, maar het vergrootte mijn Nintendo fobie zienderogen.

Toen ik eindelijk de arbeidgerechtigde leeftijd bereikt had en mijn ouders me voor jong-en-lui uitscholden, nam ik een vakantiebaantje bij de aspergeboer om de hoek. Het geld dat ik daar verdiende was lang niet genoeg voor een console, maar toch al een stap in de goede richting. De dag was aangebroken, ik had genoeg frankskes om een console aan te schaffen. Het werd de Sony Playstation. Nintendo kreeg nog steeds geen kans en jaren gingen voorbij toen plots de volgende generatie zijn opwachting maakte. Ondertussen had ik mijn broskapsel vaarwel gezegd en waren mijn financiële middelen enorm toegenomen waardoor ik me de Playstation 2 kon veroorloven vanaf dag één. Onnoemelijk duur, maar wij innovators hebben dat er voor over!

Je moet weten dat er zich naast mijn Nintendo fobie ook een Microsoftvirus in mijn brein nestelde waardoor het enkele maanden duurde vooraleer ik inzag dat ook de Xbox zijn charmes had. Omdat ik echter nog steeds geen geldboompje heb, bleef de Gamecube eenzaam en alleen in de winkelrekken staan. Maar ik beloof het je, Miyamoto, ooit komt er een dag dat ik mijn naam kan waarmaken en Nintendo één wordt met Mario.

Met vriendelijke groeten,

Mario “I’ll fix your sink any time honey” Moris


geplaatst in: Nintendo, Specials
tags:


Leave a Reply