gaming sinds 1997

Genji: Days of the Blade

Genji: Days of the Blade is de sequel van het (middelmatige) PS2-actiespel Genji: Dawn of the Samurai. De game werd geloofd voor zijn mooie graphics en veel minder voor zijn standaard hack & slash-gameplay. Met de launch van de PlayStation 3 steekt de nieuwe Genji de kop op en demonstreert zo dat de geschiedenis zich wel eens durft te herhalen.

Net zoals de uitstekende Onimusha-reeks (die overduidelijk als voorbeeld diende), is Genji: Days of the Blade gesitueerd in een feodaal Japan. Het spel begint na de eerste titel, met de overwinning van de Genji-clan op het Heishi-leger. De Heishi hebben zich echter gehergroepeerd en nu zijn ze terug, sterker dan ooit tevoren door de magische, roze kristallen die ze gebruiken. Andermaal is het aan Yoshitsune en Benkei (de helden van de vorige game) om de Heishi tegen te houden en terug vrede te brengen in hun gebieden.

De verhaallijn is niets speciaals, hoewel wel ze soms een leuke wending maakt. Niettemin, als je vergelijkt met Onimusha of Ninja Gaiden, dan komt ze duidelijk tekort.

De CGI-tussenscènes die alles aan elkaar lijmen zijn wel erg indrukwekkend. Naarmate het verhaal zich voortsleept, krijg je de steun van nog twee helden, prinses Shizuka en de god-in-een-mensenlichaam Buson (vreemd genoeg heeft die het lichaam gekozen van de eindbaas uit de eerste Genji). Elk van de vier speelbare personages heeft zijn of haar favoriete wapen. Yoshitsune gebruikt twee zwaarden, Benkei klopt erop los met een zware boomstam, Shizuka bezit een touw met messen en Buson is een meester in het gebruiken van zijn lans. Yoshitsune is duidelijk de beste van de vier en je zal dan ook heel vaak op hem terugvallen. Benkei kan hopen schade aanrichten (wat nuttig is tegen de tragere, zwaardere tegenstanders en bazen), Shizuka is heel beweeglijk, maar kwetsbaar, en de effectiviteit van Buson is zwaar afhankelijk van het wapen dat hij gebruikt. Meestal is hij echter te onhandig om een nuttige schakel te zijn.

Het Kamui-vechtsysteem is zeker de interessantste feature van Genji. Wanneer je Kamui-balkje vol is (die zich vult wanneer je Heishi klop geeft), verplaatst het gevecht zich naar een parallelle dimensie, waar de tijd veel trager voortschrijdt (gelijkaardig aan bullet time). Aanvallen doe je door de knoppen in te drukken die op het scherm verschijnen. Kamui gebruik je best wanneer je zwaar in de minderheid bent of tegen bazen.

De gewone tegenstanders hebben een relatief beperkt verstand. Wanneer ze je zien, lopen ze recht op je af en beginnen ze aan te vallen. Ze zijn slechts een aanzienlijke bedreiging in grote aantallen, maar daar kan je Kamui iets aan doen. Om het spel wat uitdagender te maken, werden de savepunten (waar je ook kan genezen) wat ver uit elkaar geplaatst en van zodra er één personage sterft, is het game over.

Geen revives dus in deze game. Na een paar uurtjes spelen, zal je ook zogenaamde generaals tegenkomen. Die zijn gewoonlijk wat sterker dan gewone vijanden (sommigen dragen zelfs een zwaar harnas), maar wat hen zo speciaal maakt, is hun mogelijkheid om versterkingen in te roepen. Wanneer er een generaal ten tonele verschijnt, samen met zijn lijfwachten, richt je best al je aanvallen op hem, want anders zal je al snel overmeesterd worden. Dit zou uiteraard geen action-adventure zijn zonder een stevige portie boss fights. De tussenbazen bieden een leuke afwisseling tussen al het hersenloos knoppengeram. Vreemd genoeg varieert hun moeilijkheid enorm: sommige bazen gaan al neer na enkele slagen, terwijl je bij anderen goed moet blokkeren en ontwijken en nauwkeurig je tegenaanvallen plannen.

De vele personages zien er prachtig uit door hun vlijmscherpe textures en hoge aantal polygonen. Ze zijn ook heel naturel geanimeerd en de particle effects (vuur, toverspreuken,…) zijn zeker indrukwekkend. Hoewel de levels trouw zijn aan de Japanse bouwstijl, zijn ze ook wat pover ontworpen. Er zijn gewoon te veel nauwe gangen en daaropvolgende open kamers om het spel boeiend te houden. Zelfs de occasionele puzzel (die gewoonlijk hersendodend simpel is) kan de eentonigheid niet breken. Genji: Days of the Blade moet ook heel vaak data laden, nog zo’n irritant trekje. Gelukkig is er daar wel een oplossing voor: het hoofdmenu bevat een optie waarmee je een aantal files naar de harde schijf van de PS3 kopieert. De laadtijden worden daardoor aanzienlijk korter, maar niet minder frequent.

Maar het irritantste aspect van Genji moet toch wel het vaste camerastandpunt zijn. Aangezien de rechter analoge stick reeds gebruikt wordt voor ontwijken, is er geen stick over om de camera mee te bedienen. Dat leidt vaak tot onverwachte verwondingen van soldaten die buiten je gezichtsveld stonden. Het levert ook heel wat hoofdbrekens op wanneer je van het ene platform naar het andere moet springen. Het ontwijken van aanvallen kan je ook toewijzen aan de bewegingssensoren van de Sixaxis, maar dat is een vrij nutteloze optie (die gelukkig standaard uitgevinkt staat).

Dankzij een verzameling Japanse instrumenten en de mooie zang, is de muziek in het spel meer dan ok. Het is enkel jammer dat de (Amerikaanse) acteurs niet echt de beste in hun vakgebied zijn. Het zou beter geweest zijn mocht Genji de originele, Japanse stemmen gebruikt hebben, in combinatie met Engelse ondertiteling.

Als je enkel een PS3-spel wil waarin je meutes vijanden in de pan mag hakken, dan kan Genji: Days of the Blade die rol vervullen. Niettemin verwachten de meesten onder ons meer van een spel dan enkel mooie plaatjes. Het monotone gehak, de slechte camera en het onoriginele leveldesign maken van Genji een middelmatige titel.

Onze Score:
7.0
gerelateerd spel: Genji: Days of the Blade
geplaatst in: PS3, Reviews, Sony Entertainment
tags: ,


Leave a Reply