gaming sinds 1997

Medal of Honor: Airborne

De marketingverantwoordelijke van Medal of Honor: Airborne heeft zijn job ongetwijfeld uitstekend gedaan. Onder het mantra van minder lineariteit en spectaculaire parachutesprongen werd door previewers en EA de heropstanding van de WO2-reeks bezongen. Wij trokken onze parachute aan en bekeken even of dit nieuwe product wel goed landt in onze gamesverzameling.

Om maar direct met de deur in huis te vallen: het parachutespringen is een leuke vondst, maar meer dan een gimmick is het niet. Zelfs in Battlefield 1942 konden we jaren geleden al springend het slagveld betreden, en de enige toevoeging is dat je nu in principe overal in het level kan landen, naar eigen inzicht en keuze. Stel je er niet te veel bij voor, want alhoewel het inderdaad toelaat om missies te starten waar je wil, resulteert het kiezen voor een niet door een groene flare aangeduide positie in negen op de tien gevallen in een snelle dood.

Eens je geland bent kan je de objectieven (blaas iets op, zoek iets, dood iets, check je kompas en volg het pijltje, geeuw, gaap) naar eigen goeddunken afwerken. Dat is wel knap, maar uiteindelijk blijft de ervaring wel lineair omdat je een artilleriestuk nog altijd enkel en alleen kan opblazen door er een stukje pasta met lont aan te hangen. Verschillende oplossingen voor één probleem zijn er niet en meestal blijken de open levels te bestaan uit enkele hoofdstraten waarin je toch altijd verzeilt. Wel leuk is dat je soms kan landen op een toren of dak, waarna je in een ideale positie zit om eerst even sniper te spelen. Wie daarvan houdt, zal dit zeker een pluspunt vinden aan het spel.

Conclusie van de vrijheid: leuk, maar allesbehalve zo diepgaand of gameplay-bepalend als de PR-dudes ons willen doen geloven.

De rest van de game is niks meer of minder dan wat we al zo vaak hebben gezien. Het verhaal is er eigenlijk geen, want buiten wat briefings waarin je met moeite je naam te weten komt, zal je het moeten doen met: ‘Springen maar mannen! En niet vergeten te schieten!’ Enkele, en dan vooral de latere, van de zes levels slagen er wel in om een knappe en meeslepende atmosfeer neer te zetten, onder andere dankzij de strakke geluidseffecten, en het gevoel dat je manier van aanpak wel degelijk effect heeft op het verloop van de strijd.

De AI van de tegenstanders is best agressief. Zo komen ze, van zodra ze een kans zien, naar je toe gelopen om je af te maken, en zullen ze dekkingsvuur geven om je vast te pinnen. Ook granaten worden best precies naar je toe gegooid en machinegeweren vormen een echte bedreiging. Natuurlijk blijken ze soms minder snugger, zoals wanneer er een stuk of vijf elk om beurt datzelfde machinegeweer bemannen, waarbij je ze dan ook elk om beurt kan afschieten vanuit je kerktoren.

Wat me meer stoorde, zijn een paar erg frustrerende gameplay-elementen. Zo is je melee-aanval erg zwak, en sterf je daardoor veel te vaak bij een lijf-aan-lijfgevecht. Ook de ongelukkige plaatsing van de sprint-knop is onhandig. Erger nog is het feit dat de hit detection meer dan te wensen overlaat. Ondanks de bekende ‘iron sights’ om beter mee te kunnen mikken, zal je ongelooflijk vaak missen, terwijl je zeker weet dat je correct aan het richten was. Dat wordt nog verergerd door de schokkerige animaties van de tegenstanders waardoor ze in één frame van zitten overgaan tot lopen of rechtstaan en omgekeerd. Wat dan wel weer goed is, is de manier waarop je in dekking kan gaan en subtiel kan piepen boven, naast of onder hetgene waarachter je je verschuilt. Je kan er overigens gerust een uurtje blijven zitten want van vernietigbare omgevingen is zelden sprake.

Wat betreft de basisgameplay schiet Airborne dus gewoonweg tekort, ook al vergeet je die tekortkomingen na een tijdje en leer je ermee leven. Geweren van die tijd zullen ook wel vaak scheef geschoten hebben, niet? Wees er je dus bewust van dat deze game vooral de meer hardcore shooterfanaten zal kunnen bevallen, ook al omdat er enkel met savepoints wordt gewerkt en je teamgenoten de neiging hebben in je weg te gaan staan. Enkele nieuwigheden zoals automatische upgrades (minder ‘recoil’, alternatieve mogelijkheden, grotere magazijnen) van je vaakst gebruikte wapens houden het geheel net fris genoeg om de 6 tot 10 uur lange levensduur aangenaam te maken.

Online valt er natuurlijk langer oorlogje te spelen, met een reeks gametypes waarbij tot 12 personen het tegelijk kunnen uitvechten. Het parachutespringen is hier dan wél weer erg leuk omdat je nietsvermoedende vijanden in de nek kan schoppen en ongezien achter vijandelijke linies kan infiltreren. Campers kweken dus maar best een extra paartje ogen! Bovendien speelt het geheel erg vlot en zullen vooral veteranen van WO2 zich er thuis voelen.

Over de geslaagde geluidseffecten hadden we het al en ook de muziek mag er wezen. Grafisch kan Airborne niet al te veel indruk maken, wellicht deels omwille van de relatief grote omgevingen, maar zowel spelersmodellen, tegenstanders als settings zijn een beetje saai en weinig gevarieerd. Geen oogsnoepjes dus, maar het geheel is overtuigend genoeg om nooit te storen en nu en dan een leuk plaatje op je scherm te toveren.

Medal of Honor: Airborne zal FPS-haters niet plots een sprongetje van blijdschap laten maken, maar zal meer geharde shooterfans wel enkele uren kunnen bezighouden. De problemen met de hit detection zijn jammer, evenals de animaties en de uiteindelijk déjà-vu objectieven, want wij hebben ons best geamuseerd dankzij de fris aandoende wapens, de parachutesprongen en de uiteindelijk voldoening gevende laatste missies.

Onze Score:
8.0
gerelateerd spel: Medal of Honor: Airborne
geplaatst in: Electronic Arts, Reviews, X360
tags: , ,


Leave a Reply