gaming sinds 1997

Bodycount

Bodycount is Codemasters’ nieuwste poging om voet aan grond te krijgen in het nu al overbevolkte shooterwereldje. Het is de spirituele opvolger van het genietbare, maar onevenwichtige Black, dat eeuwen geleden uitkwam. In 2006 meerbepaald. Black werd genoemd naar Stuart Black, de bedenker van dat spel die tevens dienst deed als de creative director van Bodycount. Wel, die man trapte het af vele maanden voor de release van de game. Hij zag de bui al hangen…

De gameplay van Bodycount kan je in enkele korte woorden omschrijven: je pakt een wapen op, mikt op tegenstanders of explosieve vaten en knalt erop los. Veel meer is er niet aan. Als je diepgang verwachtte, ben je hier duidelijk aan het verkeerde adres. Als trouwe huursoldaat van The Network word je opgeroepen om een bittere oorlog in Afrika een halt toe te roepen. Blijkbaar zit er een duistere organisatie achter die luistert naar de naam The Target (ze hadden ze beter The Bad Guys genoemd, als je het mij vraagt).

De zes uur durende campagne neemt je mee naar heel wat kleurrijke locaties, zoals krottenwijken, havens, Chinese tempels, neonverlichte straten en hightech fabrieken. Allen kunnen bovendien aan brokken worden geschoten. Of toch in theorie. Hoewel je de meeste muren en huizen effectief in puin kunt schieten, kan niet alles vernietigd worden. Het onderscheid tussen wat wel en wat niet kapot kan, is op zijn zachtst gezegd heel willekeurig. En hoewel Bodycount je aanspoort om je duivels te ontbinden op de omgevingen, door ze werkelijk vol te strooien met explosieve vaten (vaak met een half dozijn sufferds die er “toevallig” naast staan), zal je niet onder de indruk zijn van de actie. Na een uurtje heb je al het gevoel dat je alles gezien hebt wat de game te bieden heeft. En jammer genoeg is dat ook zo.

De wapens voelen lomp en zwaar aan, wat vloekt met het hele uptempo, eerst-knallen-dan-denken-idee van Bodycount. De snelle en responsieve controls waar Call of Duty beroemd mee is geworden, hadden hier veel beter bij gepast. Je arsenaal beperkt zich tot een tiental schiettuigen, bijna allemaal doordeweekse pistolen, SMG’s of aanvalsgeweren. Voor een game (en een ontwikkelaar) die zichzelf op de borst slaat voor zijn wapens is dat maar povertjes. Om het nog wat erger te maken, bieden ook de clichématige vijanden helemaal geen uitdaging, althans tot de laatste paar levels, waar de moeilijkheidsgraad ineens piekt. Ze zoeken nooit dekking en soms staan ze gewoon voor zich uit te staren, alsof ze wachten op het genadeschot. Er is ook iets mis met het scoresysteem. Vreemd genoeg behaal je de hoogste scores door voorzichtig en tactisch te spelen; schuilen achter muurtjes, gaan voor headshots en granaten gooien is de ideale manier om je multiplier hoog te houden. Die tragere speelwijze lijkt wel diametraal tegenovergesteld van het roekeloze, destructieve gedrag dat je zou willen vertonen.

Na elke schietpartij zal de grond volliggen met allerlei flashy munitie-icoontjes die je intelmeter vullen. Eens die vol is, kan je speciale krachten activeren zoals tijdelijke onkwetsbaarheid, explosieve kogels en een luchtaanval. Die klinken allemaal spectaculairder dan ze in werkelijkheid zijn.

Maar wat Bodycount pas helemaal de das omdoet, is het gebrek aan een degelijke multiplayer. Je kan enkel kiezen tussen deathmatch en team deathmatch met maximaal twaalf spelers. Zelfs in het Quake 3: Arena-tijdperk zou dat een beetje karig geweest zijn, laat staan nu, een dik decennium later. Ook zijn er amper mensen online -neem ze het eens kwalijk!-, waardoor je best niet te veel uurtjes multiplayerfun verwacht. Het enige lichtpuntje is de bodycount-modus, een co-op survival voor twee spelers. Je neemt het op tegen meerdere golven steeds sterker wordende vijanden en moet zien te overleven. Denk aan Black Ops’ zombie- of F.E.A.R. 3′s nieuwe contraptions-modi.

In een oververzadigde markt doet Bodycount niets om zich te distantiëren van de concurrentie. De actie mist een ziel, een verhaal is er niet en de controls zijn lomp. Tel daarbij de ronduit saaie multiplayer (de plezierige bodycount-modus uitgezonderd) en een campagne waar je in zes uurtjes bent doorgeraasd en je zal al wel doorhebben dat er betere manieren zijn om je geld uit te geven. Voor wie toch een suggestie wil: alles wat Bodycount doet, doet Bulletstorm beter.

Onze Score:
4.0
gerelateerd spel: Bodycount
geplaatst in: Codemasters, Reviews, X360
tags: , ,


Leave a Reply