gaming sinds 1997

Ik hou niet van games

Zoals sommige mensen misschien weten, zit ik hele dagen thuis.
“Heerlijk om te gamen” zul je dan denken, maar zoals je misschien ook weet (of hebt kunnen lezen in voorgaande columns) ben ik een passief gamestertje. Het interesseert me mateloos, maar het kan me tegelijkertijd niet boeien.

Laatst -ik was nog niet helemaal wakker- ging de bel. Telkens ik de deur opendoe denk ik nog bij mezelf “eerst kijken en dan pas opendoen (of niet)” maar helaas… te laat.
Voor mij staat Moos (Moos is niet haar echte naam -red.), een 12-jarig buurmeisje die vrijwel een vriendin is geworden. Gedwee laat ik haar binnen met de woorden “Ge kent de weg”.

Eenmaal in de living wijst ze naar onze Xbox en vraagt “Wat is dat?”.
Ik vraag mij af hoe groot de kans is dat ze me zou geloven als ik zeg “een theedoos” ofzoiets, maar nog voor ik besef dat ze daar waarschijnlijk toch niet zou intrappen zegt ze: “Is dat een PlayStation?”
Geduldig leg ik haar het veschil tussen een Xbox en een PlayStation uit en zoals verwacht volgt er de vraag “Zullen we een spelletje spelen?”

Krampachtig zoek ik naar een excuus, maar het lijkt erop dat ik er niet onderuit zal kunnen komen.
“Ik zal eens kijken wat voor spelletjes we hebben” zeg ik, terwijl ik de trap op sjok en HOOP dat we Bust-a-Move of Kirby-achtige spelletjes voor de Xbox hebben.

Zoals verwacht -we kennen Speed allemaal een beetje- is de keuze beperkt tot vechten of Need for Speed: Underground 2.
Moos gaat helemaal uit haar dak, want ze is dol op racen. Oh goodie!

Voor mij staat de Xbox, Moos heeft de controllers al te pakken. Nu moet ik nog zien de boel aan de praat te krijgen. Gelukkig werkt die zwarte doos perfect, aangezien Speed het weekend ervoor alles al getest heeft met mijn broertje (ten koste van mijn pizza!).

Moos is duidelijk gemakkelijker weg met consoles dan ik en 5 minuten later zijn we onze auto’s aan het kiezen.
Vol overtuiging roept ze dat Ford stom is en dat ze dat zeker niet moet hebben, waarop ik haar adviseer volgende keer eens naar dat supergave mooie blauwe autootje op de oprit te kijken alvorens ze nog eens zulke uitspraken doet (Leentjes bezit een knalblauwe Ford Fiesta met 17″ velgen, een cadeau van Speed -red.). Als speler twee zijnde kies ik natuurlijk de Ford om te bewijzen dat die beter is.

Halverwege de eerste ronde kom ik erachter dat het misschien makkelijker is als ik naar mijn helft van het split-screen kijk en ook in het oog hou waar de juiste knopjes zitten. Doordat ik op de verkeerde knoppen had gerammeld en zogezegd niks zag gebeuren had ik een halve ronde achteruit gereden.

Is het omdat ik verloren had dat ik voor de tweede ronde een andere auto uit koos? Ik zal het nooit weten, want ook met een andere auto krijg ik na elke wedstrijd de melding “You are last, you lose!”
Net tijdens onze laatste wedstrijd -het lijkt erop dat ik ga winnen- gaat de bel… De oma van Moos staat voor de deur, het half uurtje is om en ze moet naar huis.

Ik beloof plechtig dat ik niet zal oefenen tot de volgende keer dat ze langskomt en dat we dan verder zullen spelen. Misschien had ik dat niet moeten zeggen.

De volgende morgen om half tien, een ongelooflijk onnozel vroeg tijdstip, staat ze weer op de stoep met de mededeling dat ze vandaag wel een uur mag blijven.

We starten snel het spel weer op en proberen diverse tracks en wagens. Ik weet welke knoppen ik moet gebruiken en op welk scherm ik moet kijken, maar tot mijn verbazing lukt het me nog steeds niet om te winnen. Ik, die getrouwd ben met één van de grootste game-goeroes van België, verlies van een klein meisje, wiens leeftijd nog niet eens de helft van de mijne bedraagt.

Ik ben blij als het uur voorbij is, maar vrees dat ze morgen terug op de stoep staat. Misschien toch maar stiekem oefenenen… of stug blijven volhouden dat ik spelletjes niet leuk vind.


geplaatst in: Specials
tags:


Leave a Reply