gaming sinds 1997

Warhammer 40.000: Dawn of War

Beeld je een door oorlogen verwoeste omgeving in waar nog geen kakkerlak het zou kunnen uithouden. Plaats daarin vier futuristische rassen, ieder tot de tanden bewapend, die elkaar totaal niet kunnen luchten. Stel je daarbij voor dat deze jongens ook nog eens over de gevaarlijkste en grootste blaffers ooit beschikken en dat ze allemaal even rijp zijn voor een langdurig verblijf in het gekkenhuis. Wat levert deze combinatie op? Inderdaad, bloederige oorlogstaferelen, die bijna een geschifte kunstvorm genoemd kunnen worden. Elke Warhammer 40.000-fanaat kan ze zich moeiteloos inbeelden. Dankzij Relic, THQ en Games Workshop Interactive mag nu iedereen meeproeven van deze tragische, wrede maar vooral ook briljante sfeer.

Voor we verder de loftrompet steken, beginnen we met het verhaal en de campagne voor te stellen, beiden lang niet de enige belangrijke delen van een Real-Time Strategiespel (RTS), maar men verwacht er telkens wel wat van nietwaar?

De speler neemt de leiding over de Blood Ravens, een eigenzinnig Space Marines-legioen (beter bekend als een ‘Chapter’) dat de inwoners van de planeet Tartarus beschermt tegen de steeds groeiende dreiging van de woeste Orks. Al snel zal blijken dat het niet de Orks zijn die de grootste bedreiging vormen, maar wel de venijnige Forces of Chaos (zie ook de demomissie). De Eldar zullen later eveneens hun zegje doen; stof genoeg voor een redelijke plot dus en uiteindelijk wordt het dat ook, niets meer of minder. Jammer genoeg is dit avontuur veel te kort uitgevallen (amper 12 uur) en blijft het verhaal verstoken van verrassende plotwendingen; je ziet sommige zaken werkelijk van mijlenver aankomen. De drang om te blijven spelen is er nog wel, des te meer omdat de hoofdpersonages uitstekend gevoicecast zijn en je simpelweg meer wilt weten over de rassen en het Warhammer 40.000 universum in het bijzonder. De lineaire campagne staat garant voor 11 missies, die telkens worden voorafgegaan door netjes ingesproken briefings. Tussendoor moeten ingame animaties ervoor zorgen dat het verhaal beter toegelicht wordt.

Het voorgaande mag gerust een (lichte) teleurstelling genoemd worden, want het is allemaal niet diep/vernieuwend genoeg om het gebrek aan een Orks-, Eldar- en Chaos Marines-campagne goed te praten.

En toch is Dawn of War een prachtig spel, zowel in skirmish als in de multiplayer mode. In skirmish omdat de AI daar veel uitdagender is dan in de campagne en in multiplayer omdat dat nu eenmaal hét gedeelte is dat dit soort games nog jaren doet meegaan. Daar heb je dan wel interessante rassen en tot de verbeelding sprekende units voor nodig en wees er maar zeker van dat Dawn of War die beide zaken in overvloed heeft.

Ten eerste hebben we daar de vier rassen die elk min of meer een eigen speelstijl vertegenwoordigen. Daarnaast zien ze er ook erg strak van design uit. Je hebt zo de fragiele Eldar met hun hoogtechnologische snufjes. Ze hebben tevens de beschikking over erg gespecialiseerde infanterietroepen en over één van de zeldzame vrouwelijke eenheden in het spel, de Farseer. Zij is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken, omwille van haar psychische acties. De oorlogszuchtige Orks lijken het minst effectief; ze zijn wanordelijk en verliezen nogal snel de moed. Kom je er echter een heel leger van tegen ,dan voelen ze zich wel onoverwinnelijk (en meer dan eens zijn ze dat dan ook). De Space Marines zijn echte ‘marines’ en zijn beenhard en meedogenloos voor iedereen. Ze hebben een aardige punch in huis met hun Dreadnoughts (zeg maar een lijkkist, omgevormd tot Mech) en hun Predator-tanks. De Forces of Chaos daarentegen zijn Space Marines maar dan met een erg duister tintje. Ze hebben tal van schrikwekkende eenheden zoals een Defiler (een duivelse combinatie van vlammenwerper, artillerie en krachtige blaster in één groot gevaarte) en het is duidelijk de zijde die het meeste plezier puurt uit de totale vernietiging die zich op je scherm afspeelt.

De manier van spelen en bouwen loopt voor een groot deel gelijk met een spelletje Warcraft. Je kan een hoofdgebouw, barracks, research centra en allerhande andere gebouwen neerpoten. Tal van zaken kunnen dan onderzocht en uitgebreid worden. De manier waarop je grondstoffen ontgint gaat enigszins anders in zijn werk dan we meestal in dergelijke games gewoon zijn. Door op de map een strategisch punt in te nemen (wat altijd een tijdje duurt) verhoog je de instroom aan Resource Points. Vanaf het begin verkennen en zoveel mogelijk punten proberen in te palmen is dus de boodschap, maar dat wil ook zeggen dat een te afwachtende speler al bij voorbaat verloren is. De tweede grondstof is Power, dewelke je verkrijgt door mini-reactoren te bouwen of door op speciale plaatsen een grote reactor te zetten.

Nog een opmerkelijk (plus-)punt zijn de squads, oftewel groepen van infanterie-eenheden die in de strijd worden geworpen. De voertuigen en speciale units (heroes, medics) zijn afzonderlijk te besturen of kunnen in het geval van de speciale units aan een squad toegevoegd worden, om zo meer mogelijkheden/kracht aan de squad in kwestie te geven. Units kunnen abilities (zoals Fury of Frag Grenades) activeren, maar daarnaast kan je een eenheid als een soort van mini-fabriek zien. Want eens in het speelveld kun je je troepen upgraden met nieuwe wapens en squads kan je dan nog eens automatisch laten versterken met nieuwe eenheden (tot een zeker maximum). Het gemis aan lucht- en zee-eenheden en RPG-invloeden wordt grotendeels tenietgedaan door dit extra micromanagement, dat al bij al makkelijk te controleren valt.

Hoewel het terrein eigenlijk maar weinig interactieve elementen bevat, kan je er toch gebruik van maken om je eenheden goed te positioneren. Een squad in een drassig terrein zal veel kwetsbaarder zijn dan wanneer deze in een krater of tussen gebouwen van jetje kan geven. Eens eenheden tijdens een gevecht beseffen dat ze constant verliezen lijden, vermindert hun moraal. Ze blijven wel vechten in zo’n geval, maar ze zullen veel makkelijk neergaan. Een leider in je squad hebben of aanvallen met grotere groepen kan dan een positieve invloed uitoefenen op deze moraal. Verder doen ook vijandelijke vlammenwerpers, snipers en buitengewoon krachtige eenheden je leger al snel om hun moeder roepen.

De makers lossen moeiteloos de belofte in dat ze de meest levendige unit-animaties ooit in een RTS hebben voorzien. Vaak wordt dit aspect verwaarloosd, omdat er veel tijd in kruipt. Hier heeft men zich echter wel laten gaan. Infanterie wordt bij het inslaan van bommen mooi weggekatapulteerd en diezelfde infanterie zal snel overschakelen van ranged naar close combat als de tegenstanders te dicht genaderd zijn. Ongelukkigen worden verpletterd, uiteengereten of zelfs gespietst op een saté-slagzwaard alsof het een lieve lust is. De finale doodslag geeft men dikwijls in ware ‘Fatality’-stijl. Soms lijkt het wel of de prachtige gevechten uit het introfilmpje zich in-game voordoen. Een intro die je trouwens wel 10 keer na elkaar kunt zien zonder je één seconde te vervelen. Uitzonderlijk vakmanschap dat jammer genoeg niet verder vertaald wordt in een outro of andere CGI cutscenes.

Niet enkel de uitgebreide unit-animatie verdient een vermelding, ook de pure grafische kant stelt zelden teleur. Met de meeste instellingen op ‘High’ krijg je een prachtig detail voorgeschoteld, om van de ontploffingen en lichteffecten nog maar te zwijgen. Vooral de abilities van de helden in het spel zullen je ogen meermaals doen afzien (maar tegelijkertijd ook doen genieten natuurlijk). Eens er met een lager detail gespeeld werd was het geheel een pak minder genietbaar. Op een PIV 2.6 Ghz met 512MB RAM en een Radeon 9600 Pro kaart waren er echter nauwelijks haperingen in hoog detail. Er durft hier en daar nog wel eens een grafisch akkefietje opduiken (bvb. units die door trappen gaan ipv erop) maar het staat niet in verhouding tot al de zaken die wél goed afgewerkt zijn.

Zonder degelijke geluidsondersteuning zou al het voorgaande maar een ‘kieken zonder kop’ zijn. Het doet dan ook deugd om vast te stellen dat ook hier alles perfect bij elkaar past. De geluidseffecten doen hun werk goed, wat evenzeer geldt voor de voice-acting, die bij momenten vrij grappig en altijd lekker over-the-top is. Dat laatste is even waar voor heel de setting trouwens. Het excentrieke Warhammer 40.000 universum bevat een vreemde soort gekte en voelt heel uitnodigend aan. Op muzikaal vlak draagt de veelgevraagde gamescomponist Jeremy Soule zijn steentje bij: zijn werk valt nooit uit de toon en laat je memorable epische tunes aanhoren die spijtig genoeg niet verschillen voor elk ras afzonderlijk.

Een army painter als mini-kersje op de taart zorgt ervoor dat je praktisch nooit twee uiterlijk dezelfde legers zal tegenkomen. Er is zelfs een mogelijkheid om je eigen logo’s/badges (of clantags dus) aan te brengen. Het skirmish- en multiplayeraanbod aan maps staat na twee patches op een niet overdreven totaal van 25. Die patches zijn vereist om online te kunnen spelen en dat is exact wat je veel zal moeten doen om de echte kracht achter Dawn of War te ontdekken. De modtools zijn na de release vrijgegeven, hopelijk blijft ontwikkelaar Relic deze vorm van support volhouden.
Conclusie:

Warhammer 40.000: Dawn of War verbaast in vele opzichten. Men slaagt erin om de veelbeproefde RTS-formule nog verfrissend voor de dag te laten komen, mede door het squadmanagement en de snelle manier waarop je de strategische punten moet zien te veroveren. Relic heeft daarnaast het ultieme bewijs geleverd dat er in een RTS niet noodzakelijk duizenden eenheden tegelijk op het scherm moeten komen om een indrukwekkend spektakel te doen ontstaan. Dit is een gelikte spelervaring geworden met een erg hoge funfactor. Als er één “snelle” RTS is die je dit jaar moet gespeeld hebben dan is het deze wel. Enkel de magere campagne zorgt ervoor dat Dawn of War niet het label van ‘klassieker’ opgeplakt krijgt. Niettemin kijk ik met grote verwachtingen uit naar een uitbreiding/sequel.

Onze Score:
9.0
gerelateerd spel: Warhammer 40.000: Dawn of War
geplaatst in: PC, Reviews, THQ
tags: , ,


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>